De Poolse wintervakantie, de ferie zimowe, wordt per voivodeschap gespreid om de drukte in de wintersportgebieden te verdelen. De zestien voivodeschappen zijn ingedeeld in opeenvolgende groepen die elk twee weken vakantie krijgen, zodat de vakantie zich over meerdere weken in januari en februari uitstrekt. De volgorde rouleert per jaar, zodat geen regio structureel vroeg of laat zit.
Twee weken, gespreid in groepen
Anders dan de korte voorjaarsweek in Tsjechië of Slowakije duurt de Poolse ferie zimowe twee weken. De voivodeschappen zijn verdeeld in een aantal groepen die na elkaar vrij zijn, waardoor niet heel Polen tegelijk vakantie heeft. Daardoor loopt de wintervakantie als geheel over meerdere weken, terwijl elke regio twee aaneengesloten weken vrij is.
De spreiding ontlast de bergen
Het doel is voorkomen dat alle Polen tegelijk naar de bergen trekken, met overvolle accommodaties en pistes tot gevolg. Door de voivodeschappen in groepen na elkaar te laten gaan, verdeelt de instroom in de wintersportgebieden zich over de weken. De grootste druk valt op de Tatra rond Zakopane en op het Reuzengebergte, beschreven in de uitleg over de Poolse wintersportdrukte.
De groepen rouleren per jaar
De volgorde van de groepen wisselt jaarlijks: de groep die in een bepaald jaar als laatste vrij is, gaat het jaar daarop als eerste. Die rotatie verdeelt de voor- en nadelen van een vroege of late wintervakantie eerlijk over de regio's. Een vroege vakantie betekent minder sneeuwzekerheid, een late vakantie vaak betere condities maar meer drukte.
Een Midden-Europees patroon
De Poolse aanpak lijkt op die van Tsjechië en Slowakije, die hun voorjaarsvakantie eveneens regionaal spreiden voor de wintersport; de vergelijking staat in het overzicht van de regionale spreiding. De actuele data per voivodeschap staan op de pagina over schoolvakanties in Polen.