De Duitse zomervakantie rouleert tussen de deelstaten omdat de Kultusministerkonferenz de data bewust staffelt, zodat niet alle Duitsers tegelijk vertrekken. Die spreiding ontlast de wegen en de vakantiegebieden. De zomervakanties liggen tussen 20 juni en 15 september, duren minimaal zes weken, en worden via een roulerend systeem met vijf Ländergroepen voor langere termijn vastgelegd. Beieren en Baden-Württemberg vormen de vaste uitzondering: zij gaan steeds als laatste.
De Kultusministerkonferenz staffelt de zomervakantie over vijf groepen
De zomervakantie is de enige vakantie die centraal wordt afgestemd, en dat gebeurt via een rollend systeem. De deelstaten zijn ingedeeld in vijf Ländergroepen, en de Kultusministerkonferenz legt voor meerdere jaren vooruit vast welke groep wanneer met zomervakantie gaat. De vakanties moeten binnen de marge van 20 juni tot 15 september vallen en minimaal zes weken duren, waarbinnen de start per groep enkele weken verschuift.
De spreiding ontlast wegen en vakantiegebieden
Het doel van de staffeling is voorkomen dat de hele bevolking op hetzelfde moment de vakantie begint of beëindigt. Zou dat gebeuren, dan ontstaan er nadelige gevolgen voor het verkeer en voor de vraag naar accommodatie in de vakantiegebieden. Door de start over meerdere weken te verdelen, schuift de uittocht uit een land met ruim tachtig miljoen inwoners over een langere periode, wat de pieken op de Autobahn en in de toeristische regio's afvlakt.
De rotatie verdeelt vroege en late vakanties eerlijk
Het roulerende karakter zorgt ervoor dat geen deelstaat structureel als eerste of als laatste met zomervakantie gaat. Een vroege zomervakantie betekent een vroege start van het volgende schooljaar, een late vakantie het omgekeerde; door de groepen te laten wisselen, draagt elke deelstaat die voor- en nadelen om beurten. De afstemming op lange termijn geeft scholen, gezinnen en de reisbranche bovendien jaren vooruit zekerheid over de planning.
Beieren en Baden-Württemberg vormen de vaste uitzondering
Beieren en Baden-Württemberg draaien niet mee in de rotatie, maar liggen steeds op het laatste termijn. De reden is dat beide deelstaten een vaste pinkstervakantie kennen; hun zomervakantie wordt naar achteren gelegd om een voldoende lange les- en examenperiode tussen de pinkster- en de zomervakantie te garanderen. Deze twee zuidelijke deelstaten houden daardoor een eigen, herkenbaar laat ritme aan, terwijl de overige veertien rouleren.
Hoe dit zich verhoudt tot Nederland
Nederland bereikt hetzelfde doel met een veel eenvoudiger model: drie centraal vastgestelde regio's waarvan alleen de zomervakantie verschilt, in plaats van zestien deelstaten met eigen bevoegdheid. Beide landen spreiden om dezelfde reden, het verdelen van reisdrukte, maar de Duitse spreiding is fijnmaziger en langjarig vastgelegd. Waarom de Duitse vakanties überhaupt per deelstaat verschillen, staat in de uitleg over de deelstaatverschillen; de Nederlandse spreiding in de uitleg over de regio-indeling. De actuele Duitse data staan op de pagina over schoolvakanties in Duitsland.