Zweden kent vijf schoolvakanties: het höstlov in de herfst, het jullov rond kerst, het sportlov in februari of maart, het påsklov rond Pasen en het lange sommarlov. De drie korte vakanties duren elk ongeveer een week, het jullov ongeveer tweeënhalve week en het sommarlov rond de tien weken. Zweden benoemt die vakanties cultureel via weeknummers, niet via vaste datums.
Vijf vakanties, gerekend in weken
Het Zweedse schooljaar wordt onderbroken door het höstlov, het jullov, het sportlov, het påsklov en het sommarlov. Zweden gebruikt in het dagelijks leven ISO-weeknummers, zodat ouders en scholen het over bijvoorbeeld vecka 44 of vecka 9 hebben in plaats van over kalenderdata. Die weekaanduiding maakt de vakanties direct herkenbaar en is verweven met de spreiding ervan.
De korte vakanties duren elk een week
Het höstlov, het sportlov en het påsklov beslaan elk één week. Het höstlov valt in de meeste gemeenten in week 44, het sportlov verschuift per regio tussen week 7 en week 10, en het påsklov volgt de jaarlijks bewegende paasdatum. Die opzet geeft het schooljaar een vast ritme van korte, voorspelbare onderbrekingen.
Het jullov en het lange sommarlov
Het jullov rond de jaarwisseling duurt ongeveer tweeënhalve week. Veruit de langste vakantie is het sommarlov, dat met rond de tien weken van half juni tot eind augustus loopt. Daarmee zit het grootste deel van de vrije tijd in de zomer, terwijl de rest van het jaar uit korte weekvakanties bestaat.
Waarom het sportlov per regio verschilt
De enige vakantie die sterk per regio verschilt, is het sportlov, dat bewust over vier weken is gespreid om de drukte in de bergen te verdelen; dat staat in de uitleg over de sportlov-spreiding. Waarom het höstlov juist op week 44 valt, staat in de uitleg over het höstlov. De actuele data staan op de pagina over schoolvakanties in Zweden.