Nederland kent naast de zomervakantie vier schoolvakanties: de herfstvakantie, de kerstvakantie, de voorjaarsvakantie en de meivakantie. Drie daarvan legt de overheid landelijk vast, te weten de kerstvakantie, de meivakantie en de zomervakantie; de herfst- en de voorjaarsvakantie zijn adviesdata waar scholen van mogen afwijken. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bepaalt jaarlijks de vastgestelde data en hanteert daarbij het uitgangspunt dat er na ongeveer zeven à acht weken les een vakantie valt.
De overheid kent vastgestelde data en adviesdata
Het onderscheid tussen verplichte en adviserende data bepaalt hoeveel ruimte een school heeft. Voor de kerstvakantie, de meivakantie en de zomervakantie stelt het ministerie de data vast; basisscholen en middelbare scholen moeten zich daaraan houden. Voor de herfst- en de voorjaarsvakantie geeft de overheid alleen adviesdata, waarvan scholen mogen afwijken zonder toestemming te vragen, mits de medezeggenschapsraad instemt. Die tweedeling combineert landelijke spreiding op de drukste momenten met lokale ruimte op de rustiger periodes.
De reden voor centrale vaststelling ligt in de samenhang tussen scholen: zou elke school zelf de kerst- of zomerperiode kiezen, dan zouden gezinnen met kinderen op verschillende scholen en het leerlingenvervoer vastlopen. Door de zwaarste vakanties vast te leggen, houdt de overheid het onderwijsritme tussen scholen gelijk.
De kerst- en meivakantie liggen voor het hele land vast
De kerstvakantie duurt twee weken en valt rond de jaarwisseling voor alle scholen gelijk. De meivakantie beslaat één vastgestelde week, waar scholen naar eigen keuze een tweede aansluitende week aan mogen toevoegen; een deel van de scholen doet dat, een ander deel houdt het op één week. Beide vakanties gelden landelijk op dezelfde data en worden, anders dan de zomervakantie, niet over regio's verdeeld.
De herfst- en voorjaarsvakantie volgen een landelijk advies
De herfstvakantie en de voorjaarsvakantie duren elk ongeveer een week en staan als adviesdatum in de jaarlijkse regeling. Hoewel scholen mogen afwijken, volgt het overgrote deel van de scholen het advies, omdat afwijken het gezinnen met kinderen op meerdere scholen lastig maakt en het leerlingenvervoer ontregelt. De voorjaarsvakantie staat in delen van het land bekend als krokusvakantie; het betreft dezelfde periode onder een andere naam.
Het ritme van zeven à acht weken bepaalt de plaatsing
De plaatsing van de vakanties volgt het uitgangspunt dat leerlingen na zeven à acht weken les een onderbreking krijgen. Dat ritme verklaart waarom de vakanties redelijk gelijkmatig over het schooljaar zijn verdeeld in plaats van geconcentreerd: een te lange aaneengesloten lesperiode belast de concentratie van leerlingen, terwijl te korte blokken het lesprogramma versnipperen. De vaste en de adviserende data samen vullen dat ritme in.
Alleen de zomervakantie verschilt per regio
De herfst-, kerst-, voorjaars- en meivakantie gelden voor het hele land op dezelfde data; alleen de zomervakantie wordt over drie regio's gespreid. Waarom uitsluitend de zomerperiode wordt verdeeld in noord, midden en zuid, staat in de uitleg over de regio-indeling. De actuele perioden per schooljaar staan op de pagina over schoolvakanties in Nederland.