Naast de Sommerferien kent Duitsland de Herbstferien in de herfst, de Weihnachtsferien rond kerst, in een aantal deelstaten de Winterferien in februari, de Osterferien rond Pasen en in het zuiden de Pfingstferien rond Pinksteren. Welke van deze vakanties er precies zijn en wanneer ze vallen, bepaalt elke deelstaat zelf, zodat het beeld per deelstaat verschilt.
Herfst- en kerstvakantie overal
De Herbstferien vallen in oktober of november en duren ongeveer een tot twee weken, afhankelijk van de deelstaat. De Weihnachtsferien rond de jaarwisseling kennen alle deelstaten, met ongeveer twee weken vrij. Deze twee vakanties zijn het meest uniform over Duitsland, al verschillen de exacte data.
Winter- en pinkstervakantie niet overal
De Winterferien in februari bestaan niet in elke deelstaat: sommige kennen een korte wintervakantie, andere niet. De Pfingstferien rond Pinksteren bestaan vooral in het zuiden, met Beieren en Baden-Württemberg als bekendste voorbeelden. Die twee vakanties verklaren een groot deel van de verschillen tussen de deelstaten.
Osterferien rond Pasen
De Osterferien vallen rond Pasen en duren ongeveer één tot twee weken. Omdat de paasdatum jaarlijks verschuift, beweegt deze vakantie mee. Samen met de andere vakanties geeft ze het Duitse schooljaar een ritme van regelmatige onderbrekingen.
Elke deelstaat zijn eigen invulling
Welke vakanties een deelstaat kent en wanneer, volgt uit de Kulturhoheit der Länder; dat staat in de uitleg over de deelstaatverschillen. Alleen de zomervakantie wordt centraal gestaffeld. De actuele data per deelstaat staan op de pagina over schoolvakanties in Duitsland.