Een leerplichtig kind meenemen op vakantie buiten de schoolvakanties mag in Nederland niet, behalve in één nauw omschreven uitzondering: ouders van wie het beroep het onmogelijk maakt om in welke schoolvakantie dan ook samen weg te gaan, kunnen eenmaal per schooljaar maximaal tien dagen extra vakantieverlof krijgen. Buiten die uitzondering bestaat er geen recht op vrije dagen voor een reis, hoe goedkoop, hoe lang of hoe ver de bestemming ook is. De volledige regeling staat in de Leerplichtwet 1969 en wordt uitgewerkt in een landelijke beleidsregel die schoolhoofden en leerplichtambtenaren bindt.
De leerplicht verplicht aanwezigheid op elke schooldag
De leerplicht geldt voor ieder kind van 5 tot 16 jaar en verplicht het tot aanwezigheid op elke dag dat de school lesgeeft. Vanaf het einde van het schooljaar waarin een jongere 16 wordt, neemt de kwalificatieplicht het over: die loopt door tot de achttiende verjaardag of tot het moment waarop de jongere een startkwalificatie (een diploma op minimaal mbo-2-, havo- of vwo-niveau) haalt. Zolang een van beide plichten geldt, is wegblijven zonder wettelijke grond verzuim, ongeacht of de ouders daar toestemming voor geven.
De school registreert afwezigheid en moet ongeoorloofd verzuim melden bij de leerplichtambtenaar van de woongemeente. Die meldplicht maakt het verschil tussen toegestaan en niet-toegestaan wegblijven juridisch hard: een directeur die verlof weigert, kan een gezin dat tóch vertrekt niet tegenhouden, maar de afwezigheid wordt dan als verzuim vastgelegd en doorgegeven.
Extra vakantieverlof bestaat alleen door de specifieke aard van het beroep
Extra vakantieverlof is gekoppeld aan het werk van de ouders, niet aan de wens van het gezin. De Leerplichtwet (artikel 11, onderdeel f, en artikel 13a) staat vrijstelling toe wanneer een kind door de "specifieke aard van het beroep" van een van de ouders in geen enkele schoolvakantie van het jaar twee weken met het gezin op vakantie kan. De toets ligt dus bij de onmogelijkheid om in álle reguliere vakanties weg te gaan, niet bij het ongemak of de kosten van een reis in het hoogseizoen.
De beleidsregel bij de Leerplichtwet vult "specifieke aard van het beroep" in als seizoensgebonden werk of werk in bedrijfstakken met piekdrukte die samenvalt met de schoolvakanties. Horeca aan de kust, de agrarische sector tijdens oogst- of plantseizoen en exploitanten van recreatiebedrijven vallen onder deze categorie wanneer afwezigheid in die piek het bedrijf bedrijfseconomisch onevenredig raakt. Een ouder die vrijstelling vraagt, moet dat aantonen; volgens dezelfde beleidsregel volstaan kale omzetcijfers niet, omdat winstderving in het hoogseizoen op zichzelf nog niet bewijst dat vakantie in geen enkele periode mogelijk is.
Werknemers in loondienst vallen vrijwel nooit onder de regeling, omdat een werkgever die vakantie weigert in alle schoolvakanties zeldzaam is en de werknemer dat schriftelijk moet onderbouwen. Daarmee sluit de wet de meest voorkomende redenen bewust uit, zoals een werkgever die het in de zomer druk heeft of partners die hun vrije dagen niet op elkaar krijgen.
De grens ligt op tien dagen, eenmaal per jaar, niet aan het begin van het schooljaar
Extra vakantieverlof bedraagt hoogstens tien schooldagen en wordt eenmaal per schooljaar verleend. Een aaneengesloten afwezigheid van meer dan tien dagen sluit de wet uit voor dit doel: wie langer weg wil, krijgt geen verlof, ongeacht de reden. De aanvraag moet uiterlijk acht weken voor vertrek bij de school liggen, zodat het schoolhoofd de onderbouwing kan toetsen en zo nodig advies kan inwinnen bij de leerplichtambtenaar.
Verlof in de eerste twee lesweken na de zomervakantie is wettelijk uitgesloten. Die beperking beschermt de start van het schooljaar, het moment waarop klassen worden ingedeeld, methodes worden geïntroduceerd en de basis voor de rest van het jaar wordt gelegd; een kind dat dan ontbreekt, mist verhoudingsgewijs de meeste lesopbouw. De regel staat los van de duur van de gevraagde afwezigheid en geldt ook voor gezinnen die wél aan de beroepsvoorwaarde voldoen.
Wie over het verlof beslist, hangt af van het aantal dagen
Het schoolhoofd beslist over verzoeken tot en met tien dagen per schooljaar; verzoeken om meer dan tien dagen gaan naar de leerplichtambtenaar van de gemeente. Die scheiding bepaalt ook waar een afwijzing wordt aangevochten. Een beslissing van het schoolhoofd is een besluit waartegen een ouder schriftelijk kan opkomen bij dezelfde directeur; een beslissing van de leerplichtambtenaar valt onder de Algemene wet bestuursrecht, met de daarbij horende bezwaar- en beroepsmogelijkheid.
Het schoolhoofd mag verlof binnen de tien dagen weigeren wanneer de onderbouwing tekortschiet, en is daartoe in de praktijk gehouden: verleent een directeur verlof zonder geldige grond, dan handelt de school in strijd met de Leerplichtwet en kan de leerplichtambtenaar de school daarop aanspreken. De beslissingsbevoegdheid is dus gebonden aan de wettelijke criteria, niet aan de welwillendheid van de directeur.
Andere gewichtige omstandigheden dekken gebeurtenissen, geen reiswensen
Naast vakantieverlof kent de Leerplichtwet (artikel 11, onderdeel g, en artikel 14) verlof wegens "andere gewichtige omstandigheden": gebeurtenissen buiten de wil van het gezin die buiten de schoolvakanties vallen en zich niet laten verplaatsen. De beleidsregel noemt concrete gevallen en de bijbehorende maximale duur: een verhuizing (ten hoogste één dag), het voldoen aan een wettelijke verplichting voor zover dat niet buiten lestijd kan, een huwelijk van een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad (één tot vijf dagen, afhankelijk van de locatie), ernstige ziekte of overlijden van een naaste (één tot vijf dagen), en een ambts- of huwelijksjubileum van ouders of grootouders (één dag).
Reisgerelateerde redenen vallen uitdrukkelijk niet onder gewichtige omstandigheden. De beleidsregel sluit goedkopere tickets, beperkte ticketbeschikbaarheid, het bezoeken van familie in het buitenland, het spreiden van de gezinsvakantie, vrije dagen van andere kinderen, verkeersdrukte, een sabbatical en een wereldreis met zoveel woorden uit. De ratio is consistent met de vakantieregeling: de wet erkent gebeurtenissen die een gezin overkomen, niet voorkeuren die een gezin zelf plant.
Zonder toestemming vertrekken geldt als luxeverzuim
Een kind tijdens lesdagen meenemen zonder geldig verlof staat bekend als luxeverzuim en leidt tot handhaving. De school meldt de afwezigheid bij de leerplichtambtenaar; die kan een onderzoek instellen en bij een overtreding van de Leerplichtwet een proces-verbaal opmaken dat naar het Openbaar Ministerie gaat. Vervolging richt zich op de ouders, omdat zij verantwoordelijk zijn voor het schoolbezoek van hun kind; bij jongeren vanaf twaalf jaar kan ook de leerling zelf worden aangesproken. De gevolgen, de controle en de strafmaat staan beschreven in het overzicht over luxeverzuim.
De handhaving verklaart waarom de uitzondering zo eng is afgebakend. Zou de wet vakantie buiten het seizoen ruimer toestaan, dan zou de spreiding van schoolvakanties over de regio's haar doel verliezen, namelijk het verdelen van reis- en toeristische drukte, terwijl het verzuim de onderwijscontinuïteit zou ondermijnen. De regeling houdt het aantal lesonderbrekingen laag en behandelt gezinnen met vergelijkbare omstandigheden gelijk.
Wat dit betekent voor het plannen van een gezinsreis
Wie zekerheid wil, plant een gezinsreis binnen de schoolvakanties van de eigen regio; daarbuiten is verlof de uitzondering en geen keuze. Voor gezinnen die aan de beroepsvoorwaarde voldoen, loont het de aanvraag ruim voor de acht-wekentermijn in te dienen en de onbeschikbaarheid in álle vakanties te onderbouwen, omdat het schoolhoofd zonder die onderbouwing moet weigeren. De perioden waarin reizen zonder verlof wél vanzelfsprekend is, de herfst-, kerst-, voorjaars-, mei- en zomervakantie met hun regionale spreiding, staan op de pagina over schoolvakanties in Nederland.